Dankzij vooruitgang in de medische zorg is hiv vandaag in veel gevallen een chronische, goed behandelbare aandoening. Toch betekent dat niet dat mensen met hiv automatisch een goede levenskwaliteit ervaren. Uit een grootschalige nodenbevraging van Sensoa (2020), gefinancierd door de Vlaamse overheid, blijkt dat er nog heel wat werk aan de winkel is. 505 mensen met hiv uit Vlaanderen en Brussel deelden hun ervaringen over fysieke en mentale gezondheid, sociale steun, stigma en discriminatie. De conclusie? Hoewel de medische opvolging uitstekend is, blijven sociale en psychologische drempels groot.
Stigma: de grootste hinderpaal
Stigma en vooroordelen blijven dé grootste uitdaging voor mensen met hiv. Bijna de helft ervaart dat minder stigma de belangrijkste voorwaarde is om beter te kunnen leven met hiv. Veel mensen zijn terughoudend om hun status te delen, uit angst voor roddels, afwijzing of uitsluiting. Deze angst is het sterkst bij mensen met een recente diagnose. Het gevolg is vaak isolement en een gebrek aan sociale steun – vooral bij mensen van Afrikaanse origine en zij die niemand anders kennen met hiv. Discriminatie komt voor in de persoonlijke kring, maar ook in de zorgsector. Dat is niet alleen pijnlijk, het belemmert mensen ook om open over hiv te spreken en voluit zichzelf te zijn.
Hoop en verbinding
Tegelijkertijd toont het onderzoek dat veel mensen met hiv hun status weten te integreren in hun leven: 70% aanvaardt hun diagnose en volgt trouw hun behandeling op. Met hiv-medicatie kunnen zij het virus onder controle houden en niet meer overdragen. Maar een goede levenskwaliteit vraagt meer dan medische zorg. Het vraagt een samenleving die stigma doorbreekt, steun biedt en ruimte geeft voor openheid. En daar ligt ook de rol van Antwerp Diner: door mensen samen te brengen, verhalen te delen en fondsen te werven, bouwen we mee aan een toekomst waarin hiv niet langer een bron van angst of isolement is. Want alleen samen gaan we naar een wereld zonder hiv.
